Aan de hand is in de hand

Mijn eerste werkweek op het Australian Equine Behaviour Centre (het AEBC) van Andrew McLean zit erop. Mijn spieren doen pijn en mijn hoofd zit vol. Ik denk dat de jonge, onbeleerde paarden die hier dagelijks getraind worden zich ook zo moeten voelen als ze net aankomen. Zij stappen van de trailer af de nieuwe omgeving in, waar ze niemand kennen en iedereen een vreemde taal spreekt. Ondanks dat ze een beetje moet wennen, begint hun training al op het moment dat ze voor het eerst de laadklep afstappen.

Zo ben ik op zaterdagavond aangekomen op een stal die, op Nieuw-Zeeland na, niet verder van huis had kunnen liggen en waar de mensen net iets anders Engels spreken dan ik op school heb geleerd. Ik had weinig tijd om te acclimatiseren, want de maandagochtend begon voor mij om zeven uur met het voeren van de paarden. Het AEBC bevindt zich aan de voet van een berg. Tenminste, naar Nederlandse maatstaven. Er staan hier meer dan twintig paarden, ieder in een eigen weiland, die elke dag getraind moeten worden. Dat betekent dat ik dagelijks ruim twee dozijn paard een alpenweitje af sjouw. Hiermee ben ik in het ergste geval wel een half uur bezig. Ik noem het sjouwen, maar het is niet de bedoeling dat je zomaar een paard uit de wei haalt. De paarden die hier staan zijn hier namelijk niet zonder reden. De meeste zijn volledig onbeleerd of vertonen ongewenst gedrag, zoals bokken, steigeren en niet de trailer op willen. Voordat ik het paard ook maar een stap richting het hek van het weiland leidt, check ik dan ook eerst of het op lichte druk op het halster voor- en achterwaarts gaat en halt houdt.

Uit wetenschappelijk onderzoek is namelijk gebleken dat de mate waarin een paard reageert op de hulpen onder het zadel gerelateerd is aan de mate waarin het zich correct aan de hand laat leiden. Probleempaarden reageren vaak onvoldoende op de basishulpen om voorwaarts en achterwaarts te gaan en halt te houden. Zowel onder het zadel als aan de hand. Doordat de hulpen niet duidelijk doorkomen, raken ze in de war en dit veroorzaakt ongewenst gedrag.

Op het AEBC gebruiken we dan ook veel grondwerk om de hulpen aan te scherpen om zo het probleemgedrag te verhelpen. In plaats van het afstraffen van verkeerd gedrag, bestrijden we zo de oorzaak. Bij een paard dat bijvoorbeeld steigert of bijt, is het eigenlijke probleem vaak dat de rem niet (voldoende) werkt. Door ervoor te zorgen dat het paard aan de hand na lichte druk op het halster stilstaat en ook op lichte druk achterwaarts kan, verbeter je de rem van het paard aanzienlijk. Dit heeft direct effect op het probleem dat het paard onder het zadel vertoont, zoals bijvoorbeeld steigeren. Dit basis grondwerk is zo belangrijk bij het voorkomen en verhelpen van gedragsproblemen dat we hier zelfs de groenste paarden, op het moment dat ze van de vrachtwagen af komen, al leren gehoorzaam voor- en achterwaarts te gaan en halt te houden.

Ik dacht dat ik al aardig wat ervaring met paarden had, maar ik mocht maandagochtend mooi aansluiten bij de les: “Hoe haal je een paard uit de wei?”. Dat was weer even wennen voor mij. Volgende keer zal ik dan ook uitgebreid schrijven over hoe je met de juiste druk, onder andere op het halster, paarden kan trainen. Dat blijkt hier een hele wetenschap te zijn.

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.