De bel en de klepel

Er staat hier een paard met een enorme giraffehals in de wei, die wij uit privacy overwegingen even Bles noemen. Niet alleen ziet Bles eruit alsof er elk moment een Afrikaanse jacht safari op hem geopend kan worden, hij gedraagt zich ook zo. Ik mocht Bles uit de wei halen en kreeg als waarschuwing mee: “Hij bijt, trapt en steigert”. Uiteraard was ik erg benieuwd naar de behandeling van deze patiënt. Het bleek verrassend eenvoudig te zijn; “stimulus control”.

Stimulus control” betekent dat je paard alleen en onvoorwaardelijk reageert op de lichte hulpen die jij hem geeft. En dus niet op zijn omgeving. Dit begint al aan de hand. Het mooie is, dat je hiervoor helemaal geen ingewikkelde instrumenten nodig hebt; een halster met halstertouw en een zweepje voldoet. Alhoewel je je verstand en reactievermogen er zeker bij kunt gebruiken. Om “stimulus control” te verkrijgen, bleek het wel handig te zijn als ik iets af wist van gedragsleer. Ik had weleens wat gelezen over Pavlov. Net als de honden, waar deze wetenschapper experimenten op deed, had ik de bel wel horen luiden, maar ik wist niet zo goed meer waar de klepel hing. Tijd voor een opfriscursus.

Om controle over een paard te krijgen en het te kunnen trainen, maak je gebruik van negatieve bekrachtiging. Door druk uit te oefenen, bijvoorbeeld op de teugels, met je been, of een tikje met de zweep, stimuleer je het paard om bepaald gedrag te laten zien. De beloning volgt, door het weghalen van de druk, zodra het paard het gewenste gedrag vertoont. Negatieve bekrachtiging kan je eenvoudig zien als: druk erop/druk eraf.

Paarden zijn heel goed in het verzinnen van manieren om onder druk uit te komen. Dit kan je bij je eigen paard testen wanneer je hem uit zijn stal haalt. Je doet de staldeur open en zijn halster om. Neem het touw in de hand en loop, zonder druk uit te oefenen op het halster, zijn stal uit. Het touw blijft dus in een boogje. Negen van de tien paarden zullen mee de stal uitlopen. Zij hebben namelijk geleerd dat wanneer ze onze voetstappen volgen ze geen druk van het halster zullen voelen. Dit is een gevolg van klassieke conditionering. Inderdaad bekend van Pavlovs experimenten. Het paard heeft geleerd dat jouw voetstappen tegelijkertijd komen met de druk op het halster. Om de druk te ontwijken begint hij al te lopen, voordat je überhaupt druk op het halster hebt uitgeoefend. Daar lijkt op zich niets mis mee te zijn. Totdat je je paard ergens naar toe moet leiden waar hij helemaal geen zin in heeft, zoals bijvoorbeeld de trailer, de wasplaats of de behandelruimte van de dierenarts. Dan zal hij wanneer je druk uitoefent op het halster niet naar voren gaan. Hij heeft namelijk niet geleerd om naar voren te gaan op druk. En dat is het moment dat je beseft dat je paard niet onder “stimulus control” staat. Hij reageert namelijk niet meer jouw hulpen. Eigenlijk zegt hij: “Ik reageer bijna altijd, maar niet als ik het eng vind”.

Met grondwerk pak je dit probleem bij de wortels aan. Je traint hier namelijk de basisreacties van het paard mee; het halthouden, achterwaarts en voorwaarts. In een later stadium leren we het paard ook om zowel met de schouders als de achterhand te wijken. De magie hierachter is dat wanneer een paard altijd op dezelfde manier reageert op een hulp die consequent en consistent gegeven wordt, de wereld voor hem veel duidelijker en voorspelbaarder wordt. En daar houden paarden van. Paarden die probleemgedrag vertonen, zoals onze lieve Bles, missen dit. Voor hen is de wereld vaak nog niet voorspelbaar genoeg, waardoor ze nerveus worden en rare dingen gaan doen.

Ik vind het mooi om te zien dat Bles, door het grondwerk in plaats van afstraffing, geen probleemgedrag meer vertoont en zelfs zijn hals laat zakken. Ik besef wel dat ik nog niets heb uitgelegd over het daadwerkelijke uitvoeren van het grondwerk. Belofte maakt schuld, dus houd de volgende column in de gaten. .

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.