Liever een oude Opel

Mag ik jullie even voorstellen aan Frenzie, “mijn” Australische paard? Frenzie is grof gebouwd en heeft een ramshoofd. Hoewel ik daar geen fan van ben, geeft dat hem wel iets aristocratisch. Een andere vorstelijke eigenschap van hem, is dat hij niet zo van werken houdt. Hij beweegt liever niet. Alleen als echt moet, maar dan het liefst langzaam. Je zou hem kunnen vergelijken met een wuivende Bea in een open dubbeldekker. Dit kan weleens frustrerend zijn voor een fanatieke ruiter, maar er is iets aan te doen.

Dat wat je oplost aan de hand, merk je meteen tijdens het rijden. Door middel van grondwerk zorg ik dan ook dat hij, voordat ik opstap, al op mijn hulpen afgestemd is. Aangezien Frenzie langzaam reageert op voorwaartse druk, zou je denken dat je je voornamelijk moet richten op het voorwaarts gaan. Een slecht gaspedaal betekent echter vaak dat de remmen ook niet zo goed werken. Voor de veiligheid is het dan ook verstandiger om eerst de rem te verbeteren door het halt houden en achterwaarts goed te trainen. Ik ga liever in een oude Opel zitten met remmen die werken, dan een Ferrari zonder.

Dus eerst aan de slag met de rem. Ik laat Frenzie halt houden door hem gedurende twee passen met druk op het halster tegen te houden. Zodra hij stilstaat laat ik los, want dat is de beloning. Om er zeker van te zijn dat het geen toeval was dat hij op de juiste manier reageert herhaal ik alles net zo lang, totdat hij drie keer het juiste antwoord heeft gegeven. Als dit is gelukt, kijk ik of hij ook op lichte druk achterwaarts kan stappen. Dit doe ik door gedurende twee passen druk op het halster uit te oefenen. Wanneer Frenzie niet achteruit wil, tik ik zachtjes met de zweep op het voorbeen dat het meeste naar voren staat, totdat hij daarmee naar achter stapt. Als dat nodig is tik ik ook met de zweep op het andere voorbeen.

Nu ik weet dat de rem werkt, wil ik dat het gaspedaal wat pittiger reageert. Mijn doel is dat hij op lichte druk al voorwaarts gaat. Om dit te trainen, duw ik het halster gedurende twee passen naar voren. Zodra Frenzie twee passen heeft gelopen haal ik de druk weg, om hem te belonen. Ik let daarbij op dat ik pas ga lopen wanneer hij gaat lopen, zodat ik zeker weet dat hij reageert op de druk op het halster en niet op mijn voetstappen. Als hij niet of te langzaam reageert, geef ik hem kort nadat ik druk op het halster heb uitgeoefend twee lichte tikjes met de zweep op de plaats waar normaal gesproken mijn kuit zou liggen. Op die manier leert Frenzie dat na de druk op het halster de tikjes met de zweep komen. Om dat te voorkomen moet hij al reageren als hij de lichte druk voelt. Wanneer hij niet snel genoeg reageert blijf ik net zo lang (zachtjes) tikken, totdat hij wel reageert zoals ik wil. Zodra hij de gewenste reactie geeft, stop ik weer met tikken.

Net als tijdens het rijden moet Frenzie aan de hand, voor- en achterwaarts gaan op de manier zoals ik dat wil. Dus geen gezapig Koninginnedagtafereel, maar een flitsende stoet. Hij moet op mijn verzoek sneller en langzamer gaan en lange en korte stappen kunnen maken. Bij Frenzie merk ik bijvoorbeeld dat hij wel reageert, maar veel te langzaam. Door heel veel te schakelen reageert hij sneller en op lichtere druk. Door dit grondwerk goed te trainen, zal niet alleen het rijden verbeteren, maar ik creëer hiermee ook een “tool” waarmee ik hem in iedere situatie goed in de hand kan houden. Door middel van “overshadowing” kan je het grondwerk namelijk in enge situaties gebruiken om te zorgen dat je paard op jou reageert in plaats van de omgeving. Hoe dat precies werkt, zal ik uitgebreid uitleggen in een van mijn volgende columns.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.